We gaan uit van de gelijkwaardigheid van mensen. Iedereen is welkom op onze school, dus ook leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Bijvoorbeeld vanwege bepaalde beperkingen, zoals een lichamelijke of verstandelijke handicap of sociaal-emotionele problemen. Of als blijkt dat ze dyslexie hebben of meer- of hoogbegaafd zijn. Samen met de ouders bekijken we wat er mogelijk is op onze school en zoeken we naar de beste oplossingen voor het kind. Daarbij is het van belang dat we een heldere afweging kunnen maken tussen de hulp die het kind nodig heeft en de mogelijkheden die wij kunnen geven.
Op het Karrepad werken we handelingsgericht, volgens de uitgangspunten van de 1-zorgroute. Dat betekent dat we systematisch kijken naar wat leerlingen nodig hebben om tot leren en ontwikkeling te komen. We gaan uit van mogelijkheden, werken met positieve verwachtingen en stemmen ons onderwijs af op de onderwijsbehoeften van ieder kind.
Daarbij kijken we naar de groep als geheel, naar subgroepen van leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften én naar individuele leerlingen die extra ondersteuning of juist extra uitdaging nodig hebben. Per groep stellen we doelen op en bepalen we welke aanpak het beste aansluit bij wat leerlingen nodig hebben.
We volgen de ontwikkeling van onze leerlingen nauwgezet. Na de midden- en eindtoetsen analyseren leerkrachten de resultaten zorgvuldig. Daarbij kijken we niet alleen naar toetsgegevens, maar ook naar observaties in de dagelijkse lespraktijk en naar wat leerlingen tijdens het werken laten zien. Op basis van deze analyses bepalen we welke ondersteuning, verrijking of interventies nodig zijn.
In de dagelijkse praktijk werken we met een weekplanning en een ondersteuningsrooster op drie niveaus: lang, kort en direct. Zo kunnen we structurele ondersteuning bieden op basis van analyse, gericht inspelen op resultaten uit methodegebonden toetsen en direct handelen op basis van dagelijkse observaties in de klas.
Door deze cyclische manier van werken evalueren we regelmatig wat werkt en stellen we ons aanbod bij waar nodig. Zo bieden we onderwijs dat planmatig, passend en gericht op groei is.
Wanneer een leerling extra ondersteuning of juist extra uitdaging nodig heeft, stemmen we ons aanbod daarop af. Waar mogelijk bieden we deze ondersteuning binnen de eigen groep, zodat leerlingen zich kunnen blijven ontwikkelen in hun vertrouwde leeromgeving. Dat kan op verschillende manieren. Zo geven we verlengde instructie aan leerlingen die extra uitleg nodig hebben en extra instructie of verrijking aan leerlingen die meer uitdaging aankunnen. Daarnaast kunnen leerlingen extra oefenstof, verdiepende opdrachten of pluswerk krijgen dat aansluit bij hun onderwijsbehoeften.
Soms is er meer maatwerk nodig. In dat geval kan een leerling tijdelijk of structureel werken met een eigen leerlijn, passend bij het niveau en de ontwikkelmogelijkheden van het kind. Ook kunnen we, wanneer dat helpend is, gebruikmaken van ondersteunende hulpmiddelen op sociaal-emotioneel of gedragsmatig gebied.
Samen met ouders en de kwaliteitscoördinator bekijken we steeds welke ondersteuning het beste past. Wanneer aanvullende expertise nodig is, kunnen we specialistische ondersteuning de school in halen. Denk daarbij aan begeleiding of advies bij taal- en spraakontwikkeling, lichamelijke ondersteuning of sociaal-emotionele vraagstukken. Hiervoor werken we samen met gespecialiseerde partners, zodat we leerlingen zo passend mogelijk kunnen begeleiden.
Op onze school vinden we het belangrijk dat leerlingen mee kunnen praten over zaken die hen aangaan. Leerlingen worden op verschillende momenten gehoord. In de klas voeren zij kindgesprekken met de leerkracht over hun ontwikkeling en welbevinden. Vanaf groep 3 nemen zij deel aan de rapportgesprekken. Daarnaast schrijven alle leerlingen een zelfreflectie op hun rapport. Leerlingen van de Padzoekers doen dit vanaf groep 4 ook voor dit aanbod. Binnen onze daltonwerkwijze zijn leerlingen actief betrokken bij hun eigen leerproces. Op hun taakblad geven zij aan of zij de lesstof begrijpen en waar zij nog hulp bij nodig hebben. Wanneer extra ondersteuning wordt ingezet, bespreken we met de leerling wat hij/zij nodig heeft en hoe de ondersteuning wordt ervaren. Dit geldt ook voor specifieke voorzieningen zoals VVE, de Verlengde Schooldag (VSD) en de Padzoekers.
De inbreng van leerlingen nemen we serieus en gebruiken we bij het maken en bijstellen van plannen. Ook op schoolniveau worden leerlingen gehoord via de leerlingenraad. Daarnaast nemen we periodiek de vragenlijst van Vensters af, waarmee we inzicht krijgen in de ervaringen en het welbevinden van leerlingen.
Daarnaast is dit onderwerp besproken met de leerlingenraad. Op hun initiatief wordt in de groep een laagdrempelige manier geboden voor leerlingen om hun mening te geven over de ondersteuning die zij ontvangen. Leerlingen die dit prettig vinden, kunnen hun input schriftelijk delen en inleveren bij de leerlingenraad. De leerlingenraad kan deze input gebruiken om advies te geven aan de leerkracht. Dit vormt een aanvullende, veilige manier om het hoorrecht van leerlingen te waarborgen.
Alle kinderen verdienen een plek waar zij zich veilig voelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Daarom kijken we zorgvuldig naar wat een leerling nodig heeft en welke ondersteuning wij binnen onze school kunnen bieden. Daarbij gaan we uit van mogelijkheden en zoeken we steeds naar wat passend is voor het kind.
Als school hebben wij zorgplicht. Dat betekent dat wij verantwoordelijk zijn voor een passende onderwijsplek voor iedere leerling die bij ons wordt aangemeld. In veel gevallen kunnen wij de ondersteuning binnen onze eigen school organiseren. Wanneer blijkt dat een leerling meer of andere ondersteuning nodig heeft dan wij kunnen bieden, zoeken we samen met ouders naar een andere passende plek, bijvoorbeeld binnen het speciaal (basis)onderwijs.
Daarbij werken we samen met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs Stad en Ommeland Passend Onderwijs Stad en Ommeland, de gemeente en jeugdhulpverlening. Ook kunnen we specialistische expertise inzetten wanneer een ondersteuningsvraag daarom vraagt. Zo zorgen we samen voor ondersteuning die aansluit bij de onderwijs- en ontwikkelbehoeften van ieder kind.
Onze school maakt deel uit van Openbaar Onderwijs Groningen. Binnen deze stichting worden wij ondersteund door het Kenniscentrum Openbaar Onderwijs (KCOO). Dit centrum helpt ons om passend onderwijs te bieden aan álle leerlingen, op een manier die zoveel mogelijk preventief, duurzaam en oplossingsgericht is. Inclusief onderwijs staat hierbij centraal: ieder kind telt mee en doet mee.
Het KCOO ondersteunt ons team bij vragen op verschillende niveaus: schoolbreed, in de groep, bij de leerkracht en rondom individuele leerlingen. De begeleiding is altijd gericht op wat werkt in de praktijk. Door samen te werken met het KCOO kunnen onze leerkrachten hun vaardigheden verder ontwikkelen, zodat zij kinderen nog beter kunnen begeleiden binnen het reguliere onderwijs.
Op het Karrepad hebben wij een vaste ambulant begeleider (AB’er) en een orthopedagoog als aanspreekpunt vanuit het KCOO. Deze vaste gezichten zorgen voor vertrouwdheid en continuïteit in de ondersteuning. Indien nodig, en altijd in overleg, kunnen we ook gebruikmaken van aanvullende specialistische expertise, zoals een psychodiagnostisch medewerker.
Dankzij deze samenwerking kunnen wij leerlingen bieden wat zij nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen in een inclusieve en veilige leeromgeving.

Op het Karrepad besteden we aandacht aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE) om kinderen een goede start op de basisschool te geven. Voorschoolse educatie wordt aangeboden op de peuterspeelzaal of op de kinderopvang. Vroegschoolse educatie wordt gegeven in groep 1, 2 en 3 van de basisschool. De vroegschoolse educatie van vier-, vijf- en zesjarige kleuters vindt plaats tijdens de reguliere schooltijden in ons vve-lokaal. Kinderen met een risico op achterstanden krijgen via speciale programma’s extra aandacht voor hun ontwikkeling. Het aanbod vindt voornamelijk plaats tijdens spelsituaties. Ouders worden nauw betrokken bij de vve-groep.
We zijn alert op signalen die wijzen op dyslexie/dyscalculie bij kinderen. Als we vermoeden dat leerlingen in aanmerking komen voor een onderzoek, bespreken we dit met ouders. Ook laten we weten welke ondersteuning wij in dat geval bieden. Kinderen met een dyslexieverklaring mogen de Cito-toetsen digitaal maken en krijgen daarbij voorleesondersteuning. Ook gebruiken we compenserende software voor lees- en schrijfproblemen. Verder maken we gebruik van de methode Sprint Plus.
Na een bepaalde periode evalueren we hoe het gaat en kunnen we zo nodig een vervolgplan opstellen. Als de kwaliteitscoördinator dat nodig vindt, kan een onderwijsassistent extra hulp bieden binnen of buiten de groep. Als blijkt dat de ondersteuning onvoldoende helpt, zoeken we naar andere mogelijkheden, zoals logopedie, fysiotherapie, het Kenniscentrum Openbaar Onderwijs of het schoolmaatschappelijk werk. Uiteraard overleggen we dit met de ouders van het kind.
Voor kinderen die meer- of hoogbegaafd zijn, hebben we een passend aanbod ontwikkeld. Leerlingen die een grote voorsprong in hun ontwikkeling hebben, krijgen een compact leerprogramma aangeboden. Meestal hebben ze genoeg aan een korte instructie en hoeven ze de stof niet of minder vaak te herhalen. In plaats daarvan voeren ze verrijkende opdrachten uit of werken ze vanuit hun eigen interesse. We hebben voor alle klassen een grote voorraad verrijkend materiaal klaarliggen. Leerlingen kiezen samen met de leerkracht uit met welke verrijkende opdrachten ze aan de slag gaan.
Onze school heeft een groep voor meer- en hoogbegaafde leerlingen met bepaalde onderwijsbehoeften. Deze groep wordt de Padzoekers genoemd en krijgt een keer per week les van onze specialist meer- en hoogbegaafdheid. Er wordt ingezet op het leren leren, leren denken en leren (samen)leven. Tevens wordt er gewerkt aan het (verder) ontwikkelen van vaardigheden zoals de executieve functies, flexibiliteit, effectiviteit, doorzettingsvermogen en nauwkeurigheid. Ook wordt er aandacht besteed aan eventuele problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling zoals faalangst, perfectionisme en motivatie voor school. Leerlingen worden bij de Padzoekers ingedeeld op leeftijd met meerdere leerjaren samen. Hierdoor kunnen ze samenwerken en samen denken met gelijkgestemden/ peers. Vanaf de kleutergroep gebruiken we het signaleringsinstrument SIDI-PO om intelligente en/of (hoog) begaafde leerlingen tijdig in beeld te krijgen. Op deze wijze kunnen wij hun op cognitief en sociaal-emotioneel gebied goed bedienen.
Een zeer specifieke groep hoogbegaafde kinderen van groep 5 tot en met 8 die niet genoeg hebben aan het aanbod van de Padzoekers kunnen naar een bovenschoolse plusgroep. Het gaat hier om kinderen met een gemeten IQ boven de 130. Na overleg met de ouders en de leerkracht kan de kwaliteitscoördinator een kind voor deze groep aanmelden. In de praktijk komt dit niet vaak voor, omdat we op school al een mooi eigen aanbod hebben voor hoogbegaafde kinderen.